Blog Image

Nothing But Energy

Jonathan Eggermont – R.E.S.P.E.C.T.

Ontmoetingen/Uitstappen Posted on Oct 05, 2018 12:30

(Jonathan Eggermont (rechts), met Jan Wielockx (links) en Jordy Calbert (midden))

“Een lokaal is een middel, geen doel op zich”, zegt Jonathan Eggermont die ik ontmoet aan ‘’t Kot’ in de Barakken. “Het zal weer hoofdzakelijk straatwerk worden, nu we het lokaal niet meer kunnen gebruiken”.
Dit weekend werd er in ’t Kot, een lokaal zonder nutsvoorzieningen dat Jonathan mocht gebruiken voor de jeugdwerking, brand gesticht. “Sinds augustus hebben we hier al problemen. Eerst werden er ruiten ingegooid, daarna braken ze in en gooiden alles overhoop, en nu dit”, zegt hij wat ontmoedigd. “Ik heb met de jongeren de laatste maanden veel opgekuist en opgeruimd, en samen met hen nagedacht hoe we deze plek konden beveiligen, maar dat is eigenlijk geen jeugdwerking meer”.

(Resten van de brandstichting, met sporen tot op het plafond)

(Eén van de gevandaliseerde lokalen)

“Vroeger was er op deze site een gebouw waar er naast de organisatie van buurtfeesten ook Arabische les en Russische dans werd gegeven. Er waren ook repetitielokalen voor muzikanten. Ook dat is verdwenen,” valt Jan Wielockx, buurtwerker voor de volwassenen, hem bij. “Er zijn meerdere gemeenschappen in Menen die gebrek hebben aan een locatie om hun identiteit te beleven”.

Er blijken wel voorstellen te komen uit de stad, zoals het splinternieuwe jeugdcentrum in park Ter Walle en de ontwijde St. Franciscuskerk, waar deken Eddy Lagae ook over sprak, maar deze locaties zijn noch voor Jonathan, noch voor de jongeren, die ik er ontmoet, écht ideaal. Net zoals Johan van Menin51 al aangaf, is het voor ‘de barakkenaars’ een drempel om de brug naar het centrum over te steken. Dit is niet anders voor de jongeren.


(Het nieuwe jeugdcentrum in park Ter Walle en de St. Franciscuskerk)

Ook een oude hoeve, die onlangs werd gekocht door de stad, en die niet ver gelegen is van de site van ’t Kot, wordt geopperd als locatie voor de buurtwerking. Wanneer ik er later langsloop, heb ik een vermoeden dat dat ook niet voor morgen zal zijn.

Eén van die jongeren is Dylan Vermote, een graffiti kunstenaar. “Op het nieuwe gebouw in Ter Walle mag geen graffiti komen en ik zie mezelf ook niet meteen op de kerk iets ‘zetten’”, zegt hij lachend. Samen met zijn vriend Hugo Vervaecke komen ze kijken naar de schade van de brand in het gebouw.

(Dylan en Hugo poseren bij een graffiti werk van Dylan)

Allebei zijn ze erg enthousiast over het werk dat Jonathan de laatste drie jaar als jeugdwerker in Menen heeft verricht. “Vroeger waren er jongeren die inbraken pleegden uit verveling, maar dankzij Jonathan, die zorgde dat er altijd iets te doen was, is dat gestopt. Hij regelde ook voor alle jongeren in de barakken een fiets, en hielp de Roma-zigeuners, die een tijd geleden verbleven op de parking van de Match, aan kleren. Hij zorgt er niet alleen voor dat er activiteiten zijn, maar met al onze problemen qua administratie en andere papieren kunnen we ook bij hem terecht.”

Jonathan is duidelijk een graag geziene gast, en een vertrouweling van de jongeren. Hij komt oorspronkelijk uit Gullegem en studeerde sociaal-cultureel werk in Kortrijk. Na zijn stage in het Rabot in Gent, kwam hij terecht bij vzw Uit de Marge in Menen. Met ‘streetsporten’ zoals freerunning, skaten en voetbal startte hij de jeugdwerking in Menen.

Ondertussen komen de jongeren zelf met voorstellen voor projecten naar hem. Naast voetbaltornooien en barbecues organiseerden ze bijvoorbeeld succesvol, en op initiatief van één van de jongeren, een Iftar; de avondmaaltijd die moslims dagelijks nuttigen na zonsondergang tijdens de Ramadan. Zowel de jongeren als de buurtbewoners toonden veel interesse, en de culturen kwamen zo weer wat dichter bij elkaar.

(Jongeren poseren naast de foto’s van de georganiseerde activiteiten in het aangebrande lokaal)

Ondanks alle moeilijkheden en tegenslagen gaat Jonathan door, en blijft hij op een positieve en hoopvolle manier naar de toekomst kijken. Persoonlijk heb ik hier maar één woord voor: respect.



Patrick Deleu – There is nothing either good or bad, but thinking makes it so. (Hamlet, W. Shakespeare, 1600)

Ontmoetingen/Uitstappen Posted on Oct 04, 2018 14:10

(Café ‘de coulisse’ in de Bruggestraat, Menen)

Of hij al bekomen is van het weekend, vraagt een klant aan de vriendelijke man achter de toog. Deze man is Patrick ‘Patje’ Deleu, die ik ontmoet in zijn café ‘de coulisse’ dat hij al 22 jaar zelf openhoudt. Hij kwam net terug uit ‘ventenweekend’, waar ze “vrijdagavond begonnen waren met een pint, zondagavond afsloten met een pint en tussendoor ook nog wat pinten dronken”. Daarnaast maakten ze ook nog een fietstocht van 157km. Dat de klant hiernaar informeert is niet verwonderlijk. In de korte tijd dat ik er zit, wordt ik drie maal getrakteerd, en heerst er een huiselijke sfeer waarbij het niet ongewoon lijkt dat iedereen, over generaties heen, met elkaar in gesprek gaat. Opvallend is ook dat Patrick al zijn klanten kent bij de voornaam. Eén van de café-gasten, Guy, vertrouwt me toe dat Patrick “nen toffe is, maar eveneens rechtvaardig en serieus”.

(Patrick achter de toog en Sylvain; de winnaar van de ‘café-lotto’-pot)

Patrick werd geboren in Menen, verhuisde op zijn 14de naar Wervik met zijn ouders, om dan later, toen hij 20 werd, ‘Woord en Kunst’ te gaan studeren aan het Conservatorium in Brussel. Voor zijn eindexamen vertolkte hij Hamlet in het gelijknamige stuk van William Shakespeare.

(William Shakespeare)

De Nederlandse regisseur Karst Woudstra zag hem in deze rol en nam hem mee naar Groningen, waar hij 4jaar acteur was bij het Noord-Nederlands toneel (NNT). In 1997 ontving hij voor zijn rol in ‘Kunst’ (Yasmina Reza) de Arlecchino prijs voor beste bijrol. Een prijs met een wat bittere bijsmaak: Na de derde voorstelling, die ze in het totaal 60 keer zouden spelen, hadden zijn medeacteurs het gevoel dat hij ‘het publiek naar zich toetrok’, waardoor de sfeer tussen de acteurs, die nog 57 voorstellingen lang samen in een busje toerden, zeer onaangenaam was. Dit gevoel van onderlinge concurrentie, wat nog versterkte na het winnen van de prijs, maakte dat hij het professionele acteursleven opgaf en naar Menen terugkeerde om er zijn café op te starten: ‘de coulisse’. Deze naam is afkomstig uit het toneel waar het slaat op de plek naast het podium van het toneel waar de acteurs staan te wachten om ‘op te komen’. Ook in de toiletten vind ik nog een verwijzing naar het theater waar de verlichting rond de spiegels doet denken aan deze van de schminkkamer in het theater.

Patrick is naast café-baas, toch nog actief als regisseur in het amateurtheater. O.a. bij CieTabloo, de compagnie waar ook Chris en Mia, die ik eerder ontmoette, ook actief zijn. Daarnaast doet hij ook regies in Poperinge en Roeselaere. Het grote verschil met het professionele circuit, ligt voor hem in het feit, dat amateurs het voor het plezier doen. De moeilijkheid ligt er dan weer in om (betaalbare) repetitielokalen en zalen te vinden, en dat het ook niet eenvoudig is om de Menenaar te mobiliseren voor cultuur. Volgens hem ook iets waar het gemeentebestuur te weinig in investeert. Desondanks hebben ze jaarlijks 2500 toeschouwers voor hun voorstellingen.

De twintigste verjaardag van zijn café was legendarisch. Hij kreeg van de stad de toestemming om de hoofdstraat af te sluiten en er waren optredens van drie coverbandjes. Van de klanten kreeg hij een cadeau-cheque met een bedrag groot genoeg om 12 dagen naar Kroatië te trekken. Een cadeau dat hem erg veel plezier deed, en hem de nodige energie gaf om door te blijven gaan.



Virginie Heugue – Geven en terugkrijgen

Ontmoetingen/Uitstappen Posted on Oct 01, 2018 11:07

Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat mijn beeld van de stadswachten of gemeenschapswachten, ‘die personen in hun paarse uniformen’, ook niet altijd even positief was. Mijn ontmoeting met Virginie Heugeu maakt dat ik die vooroordelen naast me neerleg. Ze woont sinds twaalf jaar in Menen waar ze terecht kwam door de liefde te volgen. Al snel solliciteerde ze voor een job als gemeenschapswacht om, zo hoopte ze, mensen te leren kennen in een stad waar ze zich nog niet thuis voelde.

(Virginie Heugeu aan CC De Steiger)

“Toen ik begon als gemeenschapswacht kreeg ik veel te horen dat ik een leegaard was, of dat ik misschien geen betere job kon vinden”, vertrouwt ze me toe. Ik ontmoet haar in CC De Steiger, in gewone klederdracht. “Hier in Menen zijn het hoofdzakelijk Brugge supporters, en mijn uniform deed hen denken aan dat van Anderlecht. Neen, lachte ik dan, ’t is dat van den Beerschot”.

De algemene perceptie van de gemeenschapswacht is negatief, maar met dagelijkse tochten tussen de 15 en 25 kilometer, waarbij ze alles controleren wat op openbaar domein ligt, lijkt het me een zware job. “Door weer en wind, he”, zegt ze, “en als je dan onderweg even een koffie gaat drinken om te bekomen, of om op te warmen, dan hebben ze dat gezien, hoor”.

Ze ziet het gedeeltelijk als haar opdracht om de gemeenschapswacht een positief imago te geven. Iets waar ze, naar eigen zeggen en na 9 jaar dienst, al behoorlijk in is geslaagd. “Wanneer mensen met een probleem zitten, vertellen ze me dat. Nu ze me hier kennen zijn ze heel open en sociaal geworden tegen mij. Ik voel me hier ondertussen wel thuis. Voor zover ik het kan, zal ik iedereen helpen en alle problemen ook opvolgen tot ze effectief zijn opgelost.”

“Ik herinner me nog een man die al verschillende keren de putten in het fietspad in de Bruggestraat had aangeklaagd via het meldingsformulier op de website. Op een dag kwam ik hem tegen op mijn ronde, en hij voer tegen me uit; “dat er al maanden niets aan dat fietspad was gedaan!”. Ik heb hem laten uitrazen en beloofd dat ik het in orde zou brengen. Toen ik hem veel later terug tegenkwam, kwam hij naar me toe om me hartelijk te bedanken omdat die gaten effectief opgevuld waren geraakt. Daarvoor doe ik het dus”.

Elke morgen staat ze op om haar energie te investeren in de burgers van Menen. “De positiviteit die je geeft, krijg je weer terug.” zegt ze “En de energie die je krijgt, kan je ook weer teruggeven?”, vul ik aan met de titel van het project in gedachten. Dat beaamt ze. “Je moet willen vooruit gaan, he.” Hoewel ze ook moet toegeven dat de mensen in Menen graag klagen, “Als het ene is opgelost, klagen ze wel weer over iets anders. Voor sommige mensen is het wel moeilijk om goed te doen. Zoals met de GAS-boetes (die de gemeenschapswacht mag uitschrijven). Degenen die klagen dat er iets moet verbeteren, zijn dezelfde die klagen over die GAS-boetes. Dat klopt niet, he” (lacht).

Naast gemeenschapswacht draait ze ook nog nachtshiften als ambulancier en is ze moeder van haar persoonlijke God en elfjarige zoon, Liam.

Op het einde van ons gesprek vraag ik haar om op haar ronde nog eens langs te komen aan ’t Schippershof, zodat ik ook nog een foto kan maken van het paarse uniform.

(Virginie en haar collega in uniform)



« PreviousNext »